Categorie archief: Geen categorie

Haalt het document 2020?

thumbnails_doc Leerlingen van middelbare scholen krijgen tegenwoordig les in MS Word en in Excel en Powerpoint natuurlijk. Scholen laten zo zien dat ze mee gaan met de tijd, want dergelijke computervaardigheden vinden ouders belangrijk. Het is echter de vraag of die vaardigheden nog wel zo relevant zijn als die leerlingen hun beroepsopleiding hebben afgerond.

De personal computer heeft een ware revolutie veroorzaakt in de omgang met documenten. Niet vreemd want de drijvende kracht achter de PC, met als tussenstap de (digitale) tekstverwerker, was om tekstverwerking minder statisch te maken. De bureau computer ontkoppelde hardware en software. Het softwareprogramma was geboren. Een van de eerste bruikbare programma voor tekstverwerking was Wordstar maar MS Word werd uiteindelijk de wereldwijde standaard.

De PC was echter niets geweest zonder het internet, die al die miljoenen computers met elkaar verbond tot een inmens netwerk. Het heeft de manier waarop we met elkaar communiceren voorgoed veranderd. Smartphone’s en tablets hebben dat effect versterkt, we zijn altijd en overal bereikbaar. Via email, internet fora, (bedrijfs)wiki’s, publieke en besloten sociale netwerken, chatprogramma’s staan we tegenwoordig voortdurend met elkaar in contact.

Omdat veel van de genoemde webapplicaties de historie van wijzigingen (op pagina’s, blogs en commentaren) bewaard ontstaat er transparantie. Het is steeds inzichtelijk op basis van welke gegevens een beslissing of actie genomen is. Zo ontstaat een nieuwe vorm van documenteren, real-time, actueel, betrouwbaar en overal te raadplegen. Veel betrouwbaarder en waardevoller dan traditionele traag tot stand gekomen documenten. Ze kunnen zo maar kwijtraken, stakeholders ontbreken op distributielijsten, verschillende versies zorgen voor verwarring en documenttypen zijn niet voor iedereen te openen.

screenshot salesforce chatter functies

Het bedrijfsleven ziet de trend ook. Het Enterprise Social Netwerk Yammer timmert stevig aan de weg en een van haar speerpunten is dat het wil fungeren als sociale laag tussen bedrijfsapplicaties als Sharepoint, SAP, Salesforce en vele anderen.  Die applicaties integreren zelf ook steeds meer sociale functies in hun software. Een voorbeeld hiervan is Salesforce chatter.

In 2020 is MS Word een fossiel en kan worden bijgezet in het museum voor de computergeschiedenis.

Advertenties

De ‘cookiewet’

Ten eerste, er is helemaal geen Cookiewet. 5 juni j.l. is de Telecomwet van kracht geworden en die wet bevat een artikel (11.7a) dat handelt over cookies. Eigenlijk niet eens cookies. In het artikel is de computer ‘randaparatuur’ van de bezoeker (kan dus ook een mobiel apparaat zijn) en wordt er gesproken over het lezen en schrijven van gegevens die opgeslagen zijn op die randapparatuur. Een bredere definite dus dan cookies. Zo stelt de minister duidelijk dat ook ‘browser fingerprinting’ tot het lezen van opgeslagen data behoort:

Het lezen van de combinatie van instellingen en kenmerken van het apparaat met als uitsluitend doel de met dat apparaat opgevraagde dienst te leveren (bijvoorbeeld om de bezochte website goed te kunnen weergeven) valt onder de uitzondering in het derde lid. Het lezen van deze informatie om het surfgedrag van de gebruiker van het apparaat te volgen valt niet onder de uitzondering. Hiervoor is dan ook geïnformeerde toestemming van de gebruiker vereist.

In de praktijk van dit moment zijn vooral het aanmaken en lezen van cookies waar het wets-artikel over gaat. Na het nodige over het onderwerp gelezen te hebben onderscheid ik voor de wet 3 relevante gebruiksvormen van cookies: techisch noodzakelijke cookies, tracking cookies en thrid party cookies.

De eerste vorm (techisch) noodzakelijke cookies. Deze cookies mogen zonder toestemming van de bezoeker te vragen geplaatst/gelezen worden omdat ze ‘strikt noodzakelijk’ zijn voor het functioneren van de website/applicatie. Te denken valt aan cookies nodig voor inloggen, de inhoud van een winkelmandje ‘onthouden’ of de gekozen startpagina van een bezoeker beewaren.

Dan een sprongetje naar de 3de vorm thrid party cookies. Dit zijn de cookies die aanleiding zijn geweest voor het opnemen van het artikel in de wet. Deze cookies worden o.a. geplaatst door advertenties in een webpagina (third party). Ze zorgen o.a. voor het bekende effect dat als je een keer een paar websites bezoekt om een hok voor het konijn van je dochter uit te zoeken, je nog dagen achtervolgd word door advertenties over konijnen hokken.

“Met behulp van de gegevens die op de randapparatuur van gebruiker of abonnee worden opgeslagen wordt een profiel opgebouwd dat soms herleidbaar is tot de persoon en dat gebruikt wordt om advertenties toe te spitsen op voorkeuren van de gebruiker of abonnee. Aangezien dergelijke methodieken in de ogen van de indieners inbreken op de persoonlijke levenssfeer. “

De (terechte) vrees bestaat dat advertetiebedrijven door gebruik van deze cookies en het bewaren van het IP adres van de bezoeker er (stiekum) hele persoonlijke profielen kunnen worden opgezet, inclusief woonadres en dat is natuurlijk een schending van de privacy.

Dan de tweede gebruiksvorm tracking cookies. Ze worden vooral gebruikt om de bezoeker binnen een website te kunnen volgen en te zien waar hij/zij afhaakt of op welke link veel wordt geklikt. Web-analyse software maakt van dit soort cookies gebruik. websitebeheerders en marketeers beschouwen de resultaten als onontbeerlijk voor een goed beheer van de site. (Voor dit gebruik is geen IP adres nodig en wordt in de meeste gevallen ook niet gebruikt.)
Google-analytics is een zeer populaire tool die hier voor wordt gebruikt. De OPTA is er heel duidelijk dat ook Google Analytics (en dus ook andere tracking tools die cookies gebruiken) onder de wet vallen. Er moet dus toestemming voor worden gevraagd!

Dat de privacy van bezoekers van websites belangrijk is daar twijfelt niemand aan en dat online adverteerders ver gaan om de klanten te bereiken en te volgen zal ook niemand ontkennen. De ‘cookiebepaling’ probeert aan die praktijk van adverteerders paal en perk te stellen en zo de privacy te beschermen maar toch vind ik de wet een stap terug, gebaseerd op de tijd dat websites nog min of meer op zichzelfstaand waren en alleen middels hyperlinks met elkaar verbonden. De onderlinge afhankelijkheid qua, links, content, inkomsten en verwevenheid met sociale netwerken/media is nu zo groot dat kwesties rond verantwoordelijkheid (voor plaatsen cookies) en wat noodzakelijk is niet eenvoudig op te lossen zijn. Websitebeheerders bijvoorbeeld beschouwen analysetools als onmisbaar gereedschap om inhoud van – en de flow door de site op de bezoeker af te stemmen maar voor een goede werking van die tools is een cookie vrijwel onontbeerlijk.
Ook de beleving van de gebruiker hangt voor een belangrijk samen met die verwevenheid van websites. De cookiebepaling zal in dat krachtenveld een plek moeten vinden.

Hoe gaat het nu verder? De OPTA heeft aangekondigd prioriteit aan de naleving van de bepaling te geven. Met het uitdelen van boetes en/of waarschuwingen zal blijken hoe invulling aan de wet zal worden gegeven. Mijn verwachtig is dat bedrijven naar de rechter stappen om de boetes aan te vechten. Het kan dus nog interessante tweede helft van het jaar worden.

Goed overzicht van de recente ontwikkelingen rond de cookiebepaling:
blog.e-difference.nl – De cookiewetgeving wat is het en wat zijn de gevolgen

Waardevolle site waar ik veel informatie gevonden heb over de cookiebepaling:
cookierecht.nl

De letterlijke tekst van artikel 11.7a uit de telecomwet:
wetten.overheid.nl – Artikel117a – geldigheidsdatum_01-07-2012

De website van open venster tot gevangenis?

In een tweet melde ik kortgeleden dat Thuisafgehaald.nl een site met veel potentie is. Dat vind ik nog steeds, maar na het lezen van een artikel op Shaerable twijfel ik toch of de site zonder meer een succes gaat worden.

In het artikel stelde Juho Makkonen dat veel sharingsites niet echt van de grond komen. Natuurlijk is het zo dat dergelijke sites geen investeerders hebben die miljoenen beschikbaar stellen en dus moeten werken met kleine budgetten. Als oplossing voor het probleem stelt de schrijver dat de sites beter moeten gaan samen werken. Misschien is die constatering ook wel het probleem. In deze tijd is een website al snel een geïsoleerde omgeving, een gevangenis, zeker als je als gebruiker een account moet aanmaken en steeds moet inloggen. Dat geld niet voor sharingsites alleen, maar eigenlijk voor alle sites. Gebruikers gaan geen tientallen sites beheren, maar alleen de voor hun waardevolle. De drijveer zal zijn het voordeel welke een site ze bied. Is dat voordeel niet groot genoeg, dan laten ze de site links liggen.

Is er geen oplossing voor dit probleem? Nog niet echt naar mijn menig, maar je kunt veel doen om delen en samenwerken mogelijk te maken. Laat ik ze op een rijtje zetten.

  • Inloggen met je Twitter, Google+, Facebook of Hyves account. Dit ontneemt de gebruiker de last van weer een username/password combinatie te moeten onthouden. Bovendien kun je gebruik maken van de belangrijkste profiel gegevens, zoals naam, geslacht leeftijd etc. Hoeft de gebruiker dat ook niet in te vullen.
  • Natuurlijk maak je als sitebeheerder een account aan op Twitter en regel je een Facebookpagina, maar communiceer ook via deze netwerken. Laat een gebruiker weten welke maaltijden er in zijn postcode gebied die dag worden aangeboden.
  • Gebruik email. Ondanks de opkomst van sociale netwerken is email nog steeds springlevend. Geef de klant keuze uit diverse mogelijkheden. Een nieuwsbrief met de nieuwe koks die zich hebben aangemeld. En een dagelijkse mail met maaltijden die in zijn postcode gebied worden aangeboden. Vanuit zijn mail kan hij vervolgens een maaltijd kiezen en bestellen. Of een mail met de vraag of zijn maaltijd met een cijfer wil beoordelen, per reply. Een startup met de naam Powerinbox maakt het mogelijk dat gebruikers vanuit hun (web)mail een willekeurig site kunnen aansturen. Handig voor kleine handelingen.
  • Kijk in he algemeen welke succesvolle diensten er al zijn die je als publicatie/communicatie kanaal kun aanbieden. Misschien zijn er mogelijkheden via Marktplaats of zelfs Bol.com.
  • Bied een API (Application Programming Interface) aan voor je site. Ontwikkelaars van andere sites en startups kunnen jou diensten dan integreren. Het klinkt erg ingewikkeld, maar dat valt mee. Een redelijk ervaren programmeur moet daarmee uit de voeten kunnen.
  • RSS Met een gepersonaliseerde RSS feed kun je de gebruiker op de hoogte stellen van het aanbod in zijn postcodegebied.
  • Als laatste, maar misschien wel de belangrijkste, integreer het mobiele platform. Minimaal een serieuze, mobiele versie van je site. Maar een app kan handiger zijn. Een gebruiker heeft zijn mobiel vrijwel altijd, overal bij zich. Hij hoeft niet te wachten tot hij beschikt over een PC waarmee hij op de site kan inloggen. Met zijn mobiel is ook zijn lokatie beschikbaar, zodat hij bijvoorbeeld kan zien waar hij een thuisgemaakte maaltijd kan afhalen en hoe hij daar dan moet komen (via bijvoorbeeld Googlemaps)!

Het web veranderd voordurend. Steeds meer diensten kunnen online geregeld worden. Dat vergt evenzoveel accounts en voor al die accounts moet je je inloggevens bewaren/onthouden. Dat word ondoenlijk, dus daar zal wel een oplossing voor komen. Hoe die oplossing er uit zien weet ik nog niet, maar het zal iets zijn van een persoonlijke applicatie (app) omgeving, die veilig bereikbaar is vanaf PC, mobiel of tablet. Er is een bedrijf dat met een dergelijke omgeving bezig is Qiy. Daarover meer in een volgend blog.


Het nieuwe werken, utopie of nachtmerrie?

Droom werknemers komt uit
Werknemers willen al lang flexibeler werkvormen. Een uurtje later op het werk komen om de kinderen naar school te kunnen brengen, een dag in alle rust thuiswerken en niet in de file te hoeven te staan. Internet en mobiele apparaten maken dat goed mogelijk. Met een smartphone ben je overal bereikbaar en kun je je mail lezen. Met vpn kun je thuis inloggen op je digitale werkomgeving. Het zijn aspecten van het nieuwe werken (HNW).
Werkgevers stonden hier lang huiverig tegenover. Flexibeler werken betekent ook minder (zichtbare) controle op je werknemer, ook al is aangetoond dat bijv. thuis werken de productiviteit verhoogt. Pas toen werkgevers beseften dat met HNW aanzienlijk op de kosten van kantoorruimte bespaard kon worden, gingen ze om.


Werkgevers en werknemers nemen inmiddels gezamenlijk voortvarend HNW projecten ter hand. Er komen mooie, nieuwe en speelse inrichtingen van de kantoorruimte, met een lounge hoek, stilte-plekken en mogelijk zelfs een espressobar. Tot zover de mooie kant van het verhaal maar HNW houd hier niet op…

De werkgever pakt door
Lang geleden was je tijdens de kantooruren min of meer bezit van je werkgever. Acht uur per dag, veertig uur per week. Goed gecontroleerd door prikklokken en een strenge chef. De tijden zijn veranderd, HNW is de nieuwste fase in een enorm veranderingsproces.


Binnen bedrijven worden projecten gestuurd op kosten, niet op uren. Nu -in deze vluchtige tijd- de controle op gewerkte uren veel lastiger is geworden en de urenverantwoording werknemers regelmatig tot razernij brengt is het tijd om ook die horde te slechten. Je betaalt werknemers niet in uren, maar voor de geleverde output. Makkelijker te controleren en beter te budgetteren.
Vanuit die gedachte is het vervolgens heel logisch het bedrijf anders te organiseren. Kleine afdelingen, met een minimum aan vaste medewerkers bewaken de kerntaken van de onderneming. Alle andere werknemers worden opgenomen in een pool, een soort -intern- uitzendbureau. Voor de uitvoering van projecten worden uit de pool teams geformeerd en aangestuurd door vaste medewerkers van een afdeling. Na afronding van het project wordt het team opgeheven. Veel bedrijven hebben al een inhuurdesk voor extern, tijdelijk personeel. Het eigen personeel daar aan toevoegen is niet zo’n grote stap verder.

De uitzendbureauconstructie betekent nog meer efficiëntie voor de werkgever. Bovendien zullen medewerkers veel meer beoordeeld worden op output en niet op gewerkte uren. Efficiënte medewerkers, die in korte tijd goed resultaat neer zetten, zullen veel gevraagd worden binnen de tijdelijke teams, de zwakkere medewerkers brengen meer tijd door op de bank. Dat zal snel voor managers en werknemers zelf zichtbaar worden. Medewerkers zullen harder gaan werken en zich concurrerende opstellen. De veilige muren van een afdeling zijn verdwenen. Via de pool kunnen ook makkelijker zelfstandigen worden aangenomen een extra bedreiging en concurentie voor de vaste werknemr.
De veelgevraagde medewerkers kunnen hogere looneisen stellen en carrière maken maar de zwakkere en recalcitrante medewerkers (die zich niet kunnen/willen conformeren aan het nieuwe systeem) blijven steken in loon en komen niet verder.

Een nieuwe werkelijkheid


Werkgevers hebben niet graag in- of minder productieve medewerkers in dienst. Een reorganisatie biedt hier uitkomst. Als het niet slecht gaat met het bedrijf kan men het ‘beschermen van de concurrentiepositie’ of ‘inspelen op ontwikkelingen in de markt’ als argument aanvoeren om een reorganisatie door te voeren. Het zal duidelijk zijn welke medewerkers in dat proces zullen moeten afvloeien. Na de reorganisatie zullen zelfstandigen in eerste instantie de eventuele nieuwe werkplekken innemen.
Het is de vraag of de gemiddelde medewerker dan nog zo blij is met HNW. De nieuwe kantoorinrichting doet alweer sleets aan, de espressobar is allang wegbezuinigd en zijn baan staat op de tocht…

Een EPD waar de patient de baas is

De eerste kamer heeft het EPD afgeschoten , maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan. Onder aanvoering van verzekeraars  wordt het plan weer vlot getrokken, zonder noemenswaardige rol van de overheid en dat is een gevaarlijke ontwikkeling. Begrijpelijk is het wel, er zijn miljoenen gestoken in het project en die zouden bij niet doorgaan grotendeels verloren gaan.

Een van de grootste bezwaren van de eerste kamer was terecht de waarborg voor de privacy van de patiënt. In het EPD nieuwe vorm is dat anders geregeld. De patient krijgt de mogelijkheid van opt-in in plaats van opt-out.  Zij of hij kan dan toestemming geven aan partijen die zijn gegevens mogen inzien in plaats van dat hij die toestemming bewust moet ontzeggen. Daar moet hij het mee doen. Heeft zij/hij volledige inzage van zijn gegevens? Heeft hij/zij enige controle over zijn gegevens? Niet echt. Verzekeraars mogen zijn gegevens weliswaar niet inzien maar je kunt je afvragen wat dat waard is, de wet kent altijd mazen. Vreemd genoeg zijn het ook de verzekeraars die zich hard maken voor het EPD.
Behalve dat de patient enige controle wordt gegeven over de inzage van zijn gegevens (voor zover dat wat waard is) staat hij of zij buiten spel. Dat kan anders en dan wil de burger best meedoen.

In de schaduw van het sociaal media tumult en de crisis zijn er nieuwe ontwikkelingen gaande. Een daarvan is de ‘Personal Data Store’ (PDS). Een plek waar je al jou digitale/online gegevens kunt opslaan. In de eerste opzet van het PDS zou dat moeten gaan om je sociale media gegevens, je email, zoekresultaten, online aankopen etc. Maar waarom zouden daar je medische gegeven niet bij kunnen?
(Een Nederlands initiatief dat de Personal Data Store gedachte implemnteer is qiy)

Het zet het EPD gelijk in een heel ander perspectief. Je bent zelf de beheerder van (al) je medische gegevens. Huisartsen, specialisten en ziekenhuizen bewaren de medische gegevens in je eigen PDS. Omdat jij de baas bent over je eigen store, kun je ook bepalen wie er toegang krijgt en wie niet. In deze oplossing van het EPD staat de patiënt echt centraal en is het de verzekeraar die een verzoek tot inzage doet. En dat is een heel andere positie dan huisartsen kunnen dwingen hun gegevens af te staan!

De oplossing van het EPD via een PDS is nog niet gebruikslaar. Er zijn vele juridsche – en technische zaken die opgelost moeten worden. Zo zijn de gegevens natuurlijk niet alleen van de patient, maar ook van de arts, specialist of ziekenhuis waar de patiënt een diagnose gekregen heeft, of een behandeling ondergaan heeft. Ook is het de vraag of de patiënt zijn gegevens wel thuis moet opslaan, of dat die dienst door online providers geleverd moet de worden.

Maar de kern is dat de patient de baas is, dat medische gegevens decentraal zijn opgeslagen. Het is een essentiële stap om uit de wurggreep van verzekeraars te komen, die hebben alleen oog voor de winst en niet voor de toch al zo geplaagde patiënt.

Adieu muziekindustrie

Adieu muziekindustrie. Als de hoge heren niet oppassen zou het afscheid nog wel eens werkelijkheid kunnen worden. Nieuwe mogelijkheden om muziek aan de man te brengen, knagen aan de wortels van de bedrijfstak.

Ik heb me wel eens afgevraagd: “Waarom beginnen muzikanten en bands niet voor zichzelf? Gewoon buiten de muziekindustrie om hun muziek aan de man brengen?” Een antwoord is volgens mij: omdat de muziekindustrie van een band of zanger een wereldster kan maken, dat lukt je niet alleen. Justin Bieber is ook begonnen zichzelf te promoten op Youtube en is zo ontdekt. De muziekindustrie heeft vervolgens een ster van hem gemaakt.

Nieuwe internet-initiatieven ondermijnen echter het exclusieve vermogen van de muziekindustrie om van jou een ster te maken. Deze initiatieven heten soundcloud en soundrain. Met de eerste kun je heel eenvoudig je eigen muziek online brengen, door de koppeling met de tweede wordt het mogelijk om je muziek te verkopen.

Soundcloud is enorm uitgebreid en werkt heel intuïtief, geen lappen tekst, maar combinaties van beeldende plaatjes en korte teksten die dingen meteen duidelijk maken. Je kunt apps downloaden om van je iPhone of Android toestel een muziekstudio te maken. Even inloggen met Facebook en je kunt aan de slag.

Via Facebook, Twitter, Myspace en andere sociale media kun je je muziek delen met vrienden en fans. Op elke seconde van de muziek kan het ‘publiek’ vervolgens commentaar geven. Iedereen kan dat commentaar daarna lezen. Een stuk feedback op je muziek, waar de muziekindustrie niet aan kan tippen. Met Soundrain kun je vervolgens aan je muziek verdienen.

Omdat deze initiatieven bewegingen van onderaf zijn (vanuit mensen zelf en niet door op geld beluste multinationals) zullen je fans sneller bereid zijn om hun enthousiasme te laten blijken en je muziek weer te delen met hun vrienden. Het kan zomaar zijn dat een nummer een hit wordt en het geld binnen stroomt…

Organisatoren van popconcerten/festivals, zullen de sociale media gaan ontdekken als plek waar ze talent kunnen vinden. Als band kun je zelf op zoek naar impressario’s of vertegenwoordigers (wereldwijd). Klanten kun je lokken met (links naar) gratis nummers. Een complete website heb je niet meteen nodig. Er zijn genoeg gratis mogelijkheden voor een eenvoudige pagina voor een biografie, met links naar je muziek, video’s en je concertagenda.

En de muziekbranche? Die heeft het nakijken.  Adieu muziekindustrie.

Via het blog  van Edwin Mijnsbergen maakte ik kennis met de internet-initiatieven Soundcloud en Soundrain.

Boer zoekt vrouw vs. Wikileaks

Er kijken gemiddeld 5,3 mln mensen naar Boer zoekt vrouw (BZV), een uitzonderlijk hoog cijfer. Waar komt dat succes vandaan? Het programma heeft 2 kurken waar het op drijft. De liefde en nostalgie, mits goed toegepast zijn het betrouwbare succesfactoren. De KRO heeft ze zeer succesvol toegepast, maar dat alleen verklaart nog niet de inmense populariteit.
BZV gaat over echte liefde, van echte mensen die hard werken in een echte wereld, no nonsens, back to basic. In het programma is geen smartphone te zien en ook geen TV, maar de kijkers zitten wel achter de TV en twitteren er tegelijk massaal op los, best een opvallende tegenstelling eigenlijk.

In het zeer lezenswaardige artikel “Het Populisme keert zich tegen de verlichting” stelt Bas Heijne: “Het nieuwe populisme gaat over identiteit en gemeenschap in tijden van globalisering en immigratie”. De ‘gewone man’ keert zich tegen dogma’s en uitgeholde begrippen van ‘links’ die nog voortkomen uit de tijd van de verlichting zoals: gelijkheid, tolerantie, zachtmoedigheid en rechtvaardigheid en is op zoek naar een nieuwe ‘nationale’ identiteit, een nieuwe gemeenschapszin, terug naar de menselijke natuur. De hypocriete invulling van die oude verlichtings-begrippen hebben hem van die behoeften verwijderd.


Een heel ander fenomeen dat de gemoederen bezighoud is Wikileaks.  Moet je daar nou voor of tegen zijn? Is het een ordinaire revolte tegen de gevestigde orde, of een streven naar nieuwe eerlijkheid? Het is een thema dat mensen verdeeld, maar ook een thema dat haaks staat op het klassieke ‘links’ – ‘rechts’ denken. Jullian Assagne, oprichter van Wikileaks zegt dan ook dat het niet meer gaat om de tegenstellingen tussen links en rechts, maar tussen individu en instituties.

Hoe ziet de wereld er na Wikileaks uit was het thema van de uitzending van Tegenlicht van (24 jan 2011).  Een uitzending die je gezien moet hebben, als je wat wilt weten over de huidige onrust die de (westerse) mens bezig houdt. Door sociale media en netwerken, geven mensen veel van zichzelf bloot, die openheid eisen ze ook van instanties, dat is een reden dat Wikileaks kan bestaan, het brengt de openheid die mensen willen. Een andere boeiende uitspraak was: “De prijs die je betaalt om te worden gekend als persoon is volledige transparantie” . Gekend willen worden is een oerkracht van de mens, of hij nou in een berevel loop met een knuppel, of op Sneakers met een smartphone. Of hij nou in een overal mest aan het scheppen is, of in een flanellen pyama achter de TV aan het twitteren.

De drijvende krachten achter het Populisme en achter Wikileaks lijken tegengesteld, maar manifesteren zich in een globaliserende wereld, waarin tot nu toe min of meer zelfstandige gemeenschappen/werelddelen moeten samengaan. Dat brengt de ogenschijnlijke tegenstellingen tussen beiden bij elkaar. We verlangen naar openheid (wie ben jij) en tegelijk gaan opnieuw op zoek naar onze eigen roots (Wie ben ik).

Het populisme is (in Nederland) allang geen beweging meer van lager opgeleiden, door alle lagen van wordt een gevoel van onbehagen gedragen en zijn mensen op zoek naar een bindende kern. Boer zoekt vrouw is misschien daarom wel zo populair. We delen heel open met elkaar, met middelen van de nieuwe wereld, over onze tijdloze behoefte aan essentie en een gemeenschappelijke natuur.